De reconnectie
Eric Pearl

Geschiedenis van de Reconnectie

Vanuit zijn standplaats Los Angeles kan de grondlegger van de Reconnectie, Eric Pearl, op veel belangstelling rekenen van vooraanstaande artsen  en medische wetenschappers, die werkzaam zijn in topziekenhuizen en universiteiten over de hele wereld.

Voorafgaand aan het plotselinge opduiken van zijn niet bepaald traditionele genezingsgaven gaf Eric 12 jaar lang leiding aan een zeer succesvolle praktijk voor chiropractie in Los Angeles. In augustus 1993 ontdekte hij dat hij gezegend was met een ongebruikelijke ‘gave’: Hij werd na 12 jaar traditionele chiropractie plotseling een ander soort genezer: een kanaal waardoor helende energie stroomt.

Hoewel hij teveel op reis is om zijn chiropractische praktijk draaiende te houden, zijn er voortdurend meldingen dat Eric’s ‘gave’ mensen helpt met een breed spectrum aan klachten, waaronder kwaadaardige tumoren, Aids-gerelateerde ziektes, het chronisch vermoeidheidssyndroom, aangeboren afwijkingen en botmisvormingen.

Opgeleid tot chiropractor aan het Cleveland College voor Chiropractie in Los Angeles, leidde Eric in de jaren ‘80 en ‘90 één van de grootste chiropractiepraktijken in Los Angeles en wijde omgeving. Hij werd wel “de chiropractor van de Stars" genoemd en was als zodanig zowel erg succesvol als behoorlijk populair. Hij was een van de weinige chiropractors die naast de conventionele chiropractiemethoden ook oorspronkelijke, zuivere en al bijna vergeten technieken gebruikte.

Patiënten (en artsen!) zijn, zowel in informele als klinische omgevingen, getuige geweest van het effect van deze genezingen, die plaats vinden doordat Eric GEWOON ZIJN HANDEN IN HUN BUURT HOUDT.

Waarom Ik?

Eric zegt hierover:

Als ik vanaf een wolk naar beneden zou kijken, op zoek naar naar de juiste persoon waaraan ik één van de zeldzaamste en meest gezochte gaven van het Universum zou willen schenken, zou ik niet weten of ik dwars door het etherisch veld heen mijn vinger zou hebben uitgestoken en midden in de massa schaapherders, winkeliers, goede lieden en zelfingenomen types zou hebben gewezen en gezegd: ”Die daar! Die wordt het. Geef het aan hem.”

Misschien is het niet helemaal zo gegaan, maar zo voelt het wel. Maar niet altijd. Bijvoorbeeld wanneer iemand anders met een volkomen andere aannemelijke verklaring komt. “Welnee”, zou een goedbedoelend persoon kunnen uitroepen, vol ongeloof over mijn duidelijk gebrek aan begrip voor hoe het Universum werkt, “je hebt dit vast en zeker in een vorig leven al gedaan.” Ik zou wel eens willen weten, hoe hij zo goed op de hoogte kan zijn van mijn vorige levens, terwijl ik dít leven nog probeer te begrijpen?

Ik bedoel, even serieus. Ik heb, in 12 jaar tijd, één van de grootste, zo niet de allergrootste chiropractische praktijk in Los Angeles opgebouwd. Ik had 3 huizen, een Mercedes, 2 honden en 2 katten. Alles leek perfect, behalve dat ik zó slecht omsprong met geld en drank dat mijn 6 jaar durende relatie op de klippen liep, waardoor ik 3 dagen lang nauwelijks mijn ene voet voor de andere kon zetten. Prozac hielp me daarbij, en niet zo’n klein beetje.

Zes maanden later loop ik met mijn assistente op het strand van Venice Beach, Californië. Zij dringt erop aan dat ik mij de kaart laat leggen door een of andere vrouw op het strand. “Ik heb geen zin om mij de kaart te laten leggen door een kaartlegster op het strand”, zei ik vol overtuiging. “Als zij daar zo goed in zou zijn, kwamen de mensen wel naar haar toe, in plaats van dat ze haar tafel, tafelkleed, stoelen en de hele verdere uitrusting naar een overvol strand moet slepen, waar ze nietsvermoedende toeristen vangt om die haar idee van hun toekomst aan te smeren en dan ook nog verwacht dat ze haar voor dat voorrecht gaan betalen”.

“Ik heb haar op een feest ontmoet en haar gezegd dat we vandaag hier zouden zijn. Ik zou het erg genant vinden als we niet naar haar toe gingen,” gaf ze me terug en voegde eraan toe dat de vrouw readings gaf voor 20 en voor 10 dollar. Eén blik in de ogen van mijn assistente maakte me duidelijk dat het volkomen zinloos was om nog tegen te stribbelen. “Goed dan” mopperde ik en trok een 10 dollar biljet te voorschijn; de helft van het geld dat we hadden uitgetrokken voor onze lunch. Ik liep gehoorzaam naar de vrouw toe, nam plaats in haar vouwstoel en voelde meteen hoeveel trek ik had.

In ruil voor mijn geld kreeg ik een heel plezierige, maar niet opmerkelijke reading over het hier-en-nu en ik vond het leuk, dat deze vriendelijke joodse zigeunerin me “Bubelah” noemde. Bijna als een soort ingeving achteraf zei ze:” Ik doe ook een heel speciaal soort werk via de axiatonale lijnen. Daarbij verbinden de meridianen van je lichaam zich via het lijnen-netwerk dat onze planeet omringt met de sterren en de andere planeten.” Ze zei dat ze dat kon en dat ik het, als heler, nodig had voor mijn werk. Ze vertelde ook, dat ik er meer over kon lezen in ‘The Book of Knowledge: the Keys of Enoch’. Het klonk best interessant dus ik stelde de vraag: “Hoeveel kost dat?” Ze zei: “333 dollar” en ik zei:”Nee, dankjewel.”

Hier word je dus voor gewaarschuwd op het journaal. Ik zie de nieuwsberichten nu al voor me: ”Joodse zigeunerin maakt nietsvermoedende chiropractor 333 dollar lichter op Venice Beach”. Mijn foto met onderschrift: ”Sukkel” flitst over het scherm. “…..Overtuigt de arts ervan om levenslang 150 dollar per maand extra te betalen om  kaarsen te branden voor zijn bescherming.” Ik voel me al vernederd bij het idee dat ik het überhaupt overwogen heb. En dus vertrekken mijn assistente en ik, en onderweg verzinnen we hoe we met z’n tweeën voor 10 dollar konden lunchen.

Nu zou je denken, dat dit het eind van het verhaal is, maar de geest heeft zo zijn eigen wonderlijke manier van doen. Ik kon het maar niet van me af zetten en ik ging de laatste paar minuten van mijn lunchpauze naar boekwinkel ‘de Bodhiboom’ om snel even hoofdstuk 3.1.7.van ‘The Book of Kowledge: the Keys of Enoch’ in te kijken, waarin deze axiatonale lijnen (uitgaand van een as, vert.) worden besproken. De belangrijkste les van die dag was, dat als er ooit een boek geschreven was dat je niet snel even door kon lezen, dit het was. Maar ik had genoeg gelezen. Het zou me net zo lang achtervolgen, tot ik toegaf. Ik sloeg mijn spaarvarken kapot.

Het werk duurt twee dagen. Op dag 1 geef ik haar mijn geld, ga op haar tafel liggen en luister naar het gekakel in mijn hoofd: “Dit is het stomste dat je ooit gedaan hebt.” Ik kan maar niet geloven dat ik 333 dollar aan een volslagen onbekende heb gegeven, zodat die met haar vingertoppen lijnen kan tekenen op mijn lichaam. Terwijl ik denk aan alle goede dingen die ik met die 333 dollar had kunnen doen, krijg ik een plotselinge vlaag van inzicht dat ik haar het geld nu toch al gegeven heb en dat ik mijn negatieve gedachten beter los kan laten om me te openen voor wat er naar me toe zou komen. Dus ik lig daar rustig, bereid en open. Ik merkte niets. Helemaal niets. Het leek echter wel of ik de enige in de kamer was die dat wist. Maar ik had voor twee sessies betaald en was daarom van plan om zondag terug te komen voor deel twee. Maar die nacht gebeurde er iets heel vreemds. Ongeveer een uur nadat ik was gaan slapen, ging mijn bedlampje, dat ik al 10 jaar had, vanzelf aan. Ik werd wakker met een heel duidelijk gevoel dat er mensen in mijn huis waren. Ik doorzocht mijn huis met mijn Dobermann, een vleesmes en een pepperspray, maar ik kwam niemand tegen. Ik ging weer naar bed met het griezelige gevoel dat ik niet alleen was, dat er naar me gekeken werd.

Eerst leek het nog of dag twee ongeveer hetzelfde zou zijn als dag één. Maar al gauw bleek, dat het iets totaal anders zou worden.Mijn benen wilden niet tot rust komen. Ze hadden dat rare-benen-gevoel dat zich zo heel af en toe midden in de nacht voordoet. Dat gevoel verspreidde zich al gauw over mijn hele lichaam, afgewisseld met bijna onverdraaglijke kouwe rillingen. Ik moest alleen maar stil op de tafel blijven liggen. Ik durfde me niet te bewegen, al had ik niets liever gewild dan heen en weer springen om dat gevoel uit elke cel van mijn lichaam te schudden. Waarom? Omdat ik 333 dollar had betaald en waar voor mijn geld zou krijgen. Daarom. Al gauw was het klaar. Het was drukkend heet op die dag in augustus en er was geen airconditioning in het apartement. Maar ik had het zo koud dat ik bijna bevroor, en zat te klappertanden toen de vrouw me gauw in een deken wikkelde. Het duurde een minuut of vijf  voordat mijn lichaamstemperatuur weer normaal was.

Ik was nu veranderd. Ik heb geen idee, wat er gebeurd was en ik zou het ook bij lange na niet kunnen verklaren, maar ik was niet meer dezelfde persoon, die ik vier dagen daarvóór was. Ik zweefde mijn auto in, die op de een of andere manier zelf de weg naar huis wist te vinden.

Ik herinner me niets van de rest van die dag. Ik weet zelfs niet of de rest van de dag wel plaatsvond. Ik weet alleen, dat ik de volgende dag weer aan het werk was. En toen begon mijn zoektocht.

Ik had de gewoonte om mijn patiënten na de behandeling 30 tot 60 seconden met hun ogen dicht op de tafel te laten liggen, om te ontspannen en om de behandeling te consolideren. Op deze maandag waren er 7 patiënten waarvan sommige al bijna 12 jaar bij me kwamen en eentje die er voor het eerst was. Allemaal vroegen ze me die dag of ik om de tafel heen was gelopen toen ze daar lagen. Sommigen vroegen of er iemand anders binnen was gekomen omdat ze het gevoel hadden gehad dat er verschillende mensen in de kamer waren en bij de tafel stonden, of eromheen liepen. Drie patiënten dachten dat er mensen om de bank heen hadden gerend en twee bekenden me wat schuchter dat het leek, of er mensen om de bank heen hadden gevlogen.

Ik was toen al bijna 12 jaar chiropractor en zoiets had ik nog nooit gehoord. En nu kreeg ik dit te horen van zeven mensen op één en dezelfde dag. Hier was wat aan de hand. Tussen mijn afspraken door kreeg ik opmerkingen van mijn personeel te horen als: ”Je ziet er zo anders uit! Je stem klinkt zo anders. Wat is er dit weekend met je gebeurd?” Ik was echt niet van plan om het hen te vertellen. “Oh, niks bijzonders”, antwoordde ik, terwijl ik me afvroeg wat er dan wel precies was gebeurd dat weekend.

Mijn patiënten vertelden dat ze konden voelen waar mijn handen waren voordat ik ze aanraakte, ook als mijn handen nog centimeters van hun lichaam verwijderd waren. Ik begon er een spelletje van te maken om te ontdekken vanaf welke afstand ze nog konden voelen waar mijn handen waren. Maar het werd meer dan een spel, toen mensen bijzondere genezingen (healings) begonnen te krijgen. Eerst leken de healings maar klein; pijnen en pijntjes verdwenen. Ik gaf de patiënten die voor chiropractie kwamen hun behandeling, en zei dan dat ze hun ogen dicht moesten doen en moesten blijven liggen tot ik aangaf dat ze hun ogen weer open mochten doen. Als ze hun ogen dicht hadden, liet ik mijn handen even over hun lichaam gaan, zonder hen aan te raken. Als ze opstonden en hun pijn was verdwenen, vroegen ze wat ik gedaan had. ”Niks. En niet verder vertellen”, gaf ik dan standaard ten antwoord. Deze maatregel had net zoveel effect als Nancy Reagan’s benadering van drugs: “Gewoon Nee Zeggen”.

Al gauw kwamen er mensen van overal vandaan naar me toe om deze healings te krijgen en ik had geen idee wat er aan de hand was. Ik ging natuurlijk regelmatig naar de vrouw, die me verbonden had via de axiatonale lijnen. “Het is vast afkomstig van iets, wat al in je zat. Misschien heeft het te maken met de bijna-dood-ervaring van je moeder bij je geboorte”, zei ze, en voegde eraan toe: “Ik heb nog nooit iemand meegemaakt die er zó op reageerde. Heel interessant.” En interessant betekende kennelijk, dat ik het zelf maar moest uitzoeken.

Eind oktober kreeg ik allerlei verschijnselen. Ik hield mijn handen bij een vrouw boven haar knie, die pijnlijk was door een botziekte die ze vanaf haar jeugd had gehad.Toen ik mijn handen weghaalde voelde haar knie beter aan. Mijn handen waren overdekt met blaren, kleine blaartjes die drie tot vier uur bleven. En dat gebeurde vaker. Als ik daarna weer blaren kreeg, kwamen mensen uit alle kantoren in het gebouw aanrennen om ze te bekijken (ik had wel entree kunnen vragen). En toen gebeurde het: mijn handpalm ging bloeden. Ik hou je niet voor de gek. Geen grote stromen zoals in oude films, maar meer alsof ik me geprikt had. Maar toch: het was bloed. Sommige mensen zeiden: het is een inwijding! “Waarin dan?”, vroeg ik. En bovendien, hoe kunnen zij dat weten? Waarom wist ik dat niet? Wie weet het eigenlijk wel?

De zoektocht begint

In november ben ik in de praktijk van een wereldberoemde helderziende. Buiten adem, verdwaald, en (zoals gewoonlijk) een half uur te laat storm ik naar binnen, laat me in een stoel vallen en doe net of ik zijn starende blik niet zie. Je weet wel: die blik van mensen met verstopte darmen, die altijd stipt op tijd zijn, die je er steeds weer aan herinnert hoe vaak ze je al gewaarschuwd hebben dat je op tijd moet zijn en waarbij meteen je waarde als mens in twijfel wordt getrokken, gebaseerd op de vermeende gruwel van deze ene, maar zeer verdachte, zwakke plek. In zijn vrije tijd schreef hij vast verzoekschriften aan het Congres om het woord “dralend” weer in te voeren in het openbaar onderwijs. Ik kon die reading wel vergeten.

Hij legde zijn kaarten uit op een volkomen zakelijke manier, waarbij hij er goed voor zorgde dat er geen enkel gevoel van warmte of medeleven op zijn gezicht te zien was. Hij keek naar de kaarten, en toen een beetje verbaasd naar mij en vroeg: “Wat doe jij voor de kost?” Ik weet niet wat jij ervan vindt, maar voor die 100 dollar per uur die hij vroeg dacht ik:”Jij bent de helderziende. Vertel jij het maar”. Dat zei ik maar niet. “Ik ben chiropractor”, zei ik zo neutraal mogelijk om zo min mogelijk informatie te geven die de reading zou kunnen beïnvloeden. (Ik had niet eens mijn achternaam genoemd toen ik de afspraak maakte). “O, nee”, zei hij. “Je doet veel meer. Er komt iets door je handen naar buiten en de mensen krijgen daardoor een healing. Je komt straks op de televisie en er zullen mensen uit het hele land naar je toe komen”. Dat was het laatste wat ik had verwacht te zullen horen van die man. En toen vertelde hij me dat ik boeken zou gaan schrijven. Ik zei toen:” Als ik iets zeker weet, is het wel dat ik geen boeken ga schrijven.”

Ik had geen goede relatie met boeken. In mijn hele leven had ik misschien twee boeken gelezen en in één daarvan zat ik nu nog plaatjes in te kleuren. Maar er kwamen nog meer verrassingen. Helderzienden, healers en channelers wisten me te vinden. Ze kwamen vanuit het hele land en zeiden, dat ze in hun meditaties hadden begrepen dat ze met mij moesten werken - en dat ze er geen geld voor mochten vragen. Mijn liefdesrelatie met alcohol koelde af tot een losse vriendschap: af en toe anderhalf glas wijn bij het eten. Niemand was daar meer verbaasd over dan ik.

Het werd nog gekker: mijn televisieverslaving was ineens over. Daarvoor in de plaats kwamen, ik durf het haast niet te zeggen: boeken. Ik kon er geen genoeg van krijgen: Oosterse filosofie, leven na de dood, gechannelde informatie en zelfs UFO-ervaringen. Ik keek, luisterde, en las alles, iedereen, overal.

Als ik ’s nachts ging slapen trilden mijn benen. Mijn handen voelden alsof ze voortdurend ‘aan’ stonden. Mijn schedel trilde ook en mijn oren zoemden. Later hoorde ik tonen en een enkele keer leken de geluiden op stemmen in een koor.

Ik wist zeker: dit is het dan, ik ben mijn verstand verloren. Iedereen weet, dat je stemmen gaat horen als je gek word. De mijne zongen, in een koor ook nog. Voor mij geen zacht geneurie, een enkele ijle stem of misschien een klein koraaltje. Nee, ik kreeg een heel koor.

En mijn patiënten? Die zagen kleuren: prachtige, exquise soorten blauw, groen, paars, goud en wit. Ze konden me wel vertellen welke kleuren het waren, maar ze hadden nog nooit zulke prachtige verschijnselen gezien. Die schoonheid ging de ons bekende waarnemingen te boven. Sommige patiënten die bij de film en de televisie werken vertelden me, dat die kleuren niet alleen hier op aarde niet voorkomen, maar dat we ze zelfs met onze hedendaagse bronnen en technologieën niet zouden kunnen weergeven.

En jawel hoor, mijn patiënten zagen engelen. Nu is het zien van engelen op het ogenblik erg populair en dus besteedde ik in het begin niet veel aandacht aan die verhalen, totdat er steeds dezelfde verhalen kwamen: dezelfde engelen, dezelfde boodschappen, dezelfde namen. Ik heb het nu niet over de gewone engelennamen als Michaël of Ariël en ook niet over Moses of Boeddha, hoewel veel mensen inderdaad zeggen dat ze Jezus hebben hezien. Ik heb het over namen als Parsillia en George. George laat zich aan kinderen zien of aan mensen die misschien zouden schrikken van een engel. George laat zich namelijk eerst zien als een kleine bont gekleurde papegaai. En dan, zoals de mensen me vaak hebben uitgelegd, is hij plotseling geen papegaai meer, maar is hij ineens je vriend. Later verscheen George ook aan mensen, die in een stressvolle periode zaten.

De eerste, die George zag, was Jamie, een meisje van 11. Samen met haar moeder vloog ze naar me toe vanuit New Jersey, omdat ze scoliose van haar wervelkolom had, wat haar lichaam duidelijk misvormde. Daarnaast was ze een buitengewoon pienter en aantrekkelijk meisje. Toen Jamie’s sessie afgelopen was, zei ze tegen haar moeder en mij:” Ik zag zonet een piepkleine papegaai met allemaal kleuren. En hij zei dat hij George heette en dat hij helemaal geen papegaai was. Hij was zelfs geen levensvorm” Levensvorm: wat een uitdrukking voor een 11-jarige. “En toen werd hij gewoon mijn vriendje.”

Binnen twee tot drie maanden verscheen George aan verschillende mensen. Geen van allen wist iets over hem, omdat ik, net als bij de engelen, de namen en beschrijvingen voor mezelf hield, om de ervaringen van anderen niet te beïnvloeden. (Zelfs hier heb ik de namen van George en Parsillia veranderd, om degenen die van niets weten te beschermen.)

Jamie’s wervelkolom was na de derde sessie bijna, maar niet helemaal, genezen. Toen ging ze terug naar New Jersey. Ik heb haar daarna nog een paar keer gesproken en ze lijkt het goed te maken. En ze heeft ook nog af en toe contact met George.

Parsillia, daarentegen, heeft speciale boodschappen. Eerst laat ze je meestal weten, dat je genezen zult worden. Daarna zegt ze, dat je, als je genezen wordt, op de televisie moet verschijnen om “het woord te verspreiden” Je zou haar de PR-engel kunnen noemen.

De eerste die Parsillia zag was Michele, een vrouw uit Oregon. Ze had me gezien in een NBC-interview gezien, een van de eerste keren dat ik in een talkshow zat. Ze woog toen 40 kilo. Ze leed aan het chronisch vermoeidheidssyndroom en aan fybromyalgie. Haar eetlust was weg en zelfs slikken was pijnlijk. Ze was niet in staat om zonder hulp uit haar stoel op te staan om naar de wc te gaan. ’s Nachts moest ze ter verlichting van de pijn soms wel vier keer per nacht vanuit haar bed naar de warme douche worden gedragen. Als ze met haar kinderen in de auto naar haar moeder reed (een ritje van een uur), moest ze daar drie dagen in bed blijven voordat weer ze in staat was terug te rijden. Het was duidelijk, dat een volledige baan niet tot haar mogelijkheden behoorde.  En haar 6-jarige zoon moest elke avond eten maken voor zijn broertje van 3: boterhammen met pindakaas.

Zoals de meeste van mijn patiënten, had Michele nog nooit een engel gezien of stemmen gehoord. Na drie dagen verstond ze de naam van de engel. Parsillia zei tegen haar dat ze zou genezen en dat ze erover moest vertellen op de televisie. Ongeveer een jaar later was ze samen met mij te gast in een andere tv-show. Ze lachte aan een stuk door – met af en toe flink wat tranen. Haar gewicht is nu normaal, haar huid is gezond, ze heeft een fulltime baan en doet regelmatig lichamelijke oefeningen. O ja, en ze kookt elke dag voor haar gezin. Geen boterhammen met pindakaas meer.

Patiënten zien ook wel eens een andere bezoeker, een man met wit haar, een witte snor en een witte jas. Hij verschijnt ook wel eens in een lange jurk, met zijn hoofd bedekt.

Debbie, een moeder van drie kinderen uit Californië, was de eerste die deze engel zag. (We weten niet, hoe hij heet.) In maart 1995 kreeg ze de diagnose alvleesklierkanker, in een niet meer te behandelen stadium. Ze kreeg te horen dat ze misschien nog twee maanden te leven had. Ze had in de sessie de ervaring dat ze uit haar lichaam werd getild, door een tunnel gleed, blauwe en turquoise lichtvlekken zag en tenslotte werd omgeven door wit licht. Debbie zag de man met het witte haar in zijn beide verschijningsvormen. De eerste keer dat ze hem ontmoette was hij in zijn jurk, met bedekt hoofd. Hij raakte haar pols aan, waarbij er een golf van energie door haar hele lichaam ging. Daarna maakte hij een buiging en vertrok, waarbij hij haar achterliet in een zeer helder maar vriendelijk licht. De tranen sprongen in haar ogen. Vervolgens reisde ze in een tunnel door de melkweg en voelde, dat er ‘spul’ uit haar lichaam kwam, zowel via haar hoofd als via haar voeten.

Na de tweede of derde sessie was Debbie’s inoperabele tumor voor 80% verdwenen. Ongeveer 8 maanden later besloten de artsen dat de laatste 20% operatief kon worden verwijderd. Vlak voordat ze opgenomen zou worden kwam ze nog een keer naar me toe voor een sessie. Anderhalve dag later ging ze naar het ziekenhuis voor haar operatie, maar ze werd na nog een paar testen naar huis gestuurd. Geen operatie. Kennelijk was de tumor na die sessie van anderhalve dag daarvóór helemaal verdwenen. Er was alleen nog wat littekenweefsel te zien.

Wat ook nog interessant is om te vertellen: in november kwam Debbie nog een keer voor een sessie en toen voelde ze druppeltjes water op de rechterkant van haar gezicht vallen. Daarna verscheen de man met het witte haar weer. Deze keer droeg hij een lange witte jas, die achter hem flapperde in de wind. En toen waaide hij gewoon weg.

Soms zien de mensen een kring van artsen met witte jassen, die aan het overleggen zijn en leiding geven aan de healings. Ze kunnen hen wel zien praten, maar niet horen. Er komt regelmatig een jong indiaans meisje dat een leren band met glanzende, vierkante versieringen op je voorhoofd legt, en er verschijnt ook vaak een indiaan in de kamer (we weten nog niet, of hij een opperhoofd is of een sjamaan). Een andere bezoeker is een hele mooie en grote engel, zo’n tweeëneenhalf tot drie meter lang, met enorme vleugels met dikke rijen witte veren. Ze zeggen, dat hij achter me staat met zijn armen om mijn middel. Hij kijkt over mijn rechterschouder en leidt kalm mijn handen. Veel van deze engelen hebben hun eigen geur: bloemen, wierook, kruiden, vooral rozemarijn.

En toen kwam de 4-jarige Jered met zijn moeder. Hij had beugels om zijn knieën omdat die hem niet meer overeind konden houden. Zijn ogen keken elk een andere kant op maar konden zich nergens op richten. Er kwam geen woord meer uit zijn mond, hij kwijlde alleen nog maar. Jered’s licht was langzaam uitgegaan, totdat er alleen een lege vorm over was, die vrijwel niets meer liet zien van het mooie wezen dat hij ooit herbergde.

Jered was de myeline(merg)schede van zijn hersenen kwijtgeraakt, waar de zenuwimpulsen langs gaan. Hij had ongeveer 50 epilepsieaanvallen per dag. Met medicijnen kon dit aantal worden teruggebracht tot ongeveer 16 per dag. Hij lag op de tafel, bewegingsloos en bijna uitdrukkingsloos, terwijl zijn moeder vertelde dat ze het afgelopen jaar hulpeloos moest toezien, hoe snel hij achteruitging. Toen ze voor de eerste keer bij me kwam had ze het gevoel dat ze niet met het kind kwam dat ze ooit had gekend, maar met wat ze alleen maar kon beschrijven als een ‘amoebe’.

Bij Jered’s eerste bezoek voelde hij telkens als mijn hand in de buurt van de linkerkant van zijn hoofd kwam, de aanwezigheid ervan en probeerde hij hem te pakken. “Kijk, hij weet waar je hand is en grijpt ernaar. Dat heeft hij nog nooit gedaan,” zei zijn moeder blij verrast. “Daar ontbreekt de myeline,” voegde ze eraan toe. Jered werd zo levendig dat zijn moeder aan het eind van de behandeling bij hem op de tafel moest gaan zitten, zijn handjes vasthield en lieve kinderliedjes voor hem zong zoals alleen een moeder dat kan. Hun favoriete liedje was ‘Twinkle, Twinkle Little Star’. Vanaf Jered’s eerste behandeling stopten deze fysiek heftige epileptische aanvallen volledig.

Bij de tweede sessie probeerde Jered de deurknoppen vast te pakken en om te draaien. Hij kon zijn ogen beter gebruiken en gericht naar voorwerpen kijken. Toen hij wegging, zag hij een boeket staan bij de receptie. Hij wees ernaar en zei lachend: ”Bloemen”. We kregen allemaal tranen in onze ogen.

Die avond keek Jered naar het Rad van Fortuin en noemde de letters op die langs kwamen. En voordat hij ging slapen, keek dit vroeger sprakeloze engeltje naar zijn moeder en vroeg: ”Mama, zing een liedje voor me.” Vijf weken later ging Jered weer naar school om buiten te spelen en ballen te vangen.

Zag Jered een engel? Hij heeft het nooit gezegd, maar ik weet zeker van wel. Die ene, die hem elke keer een uur heen en een uur terug reed voor zijn afspraken, bij hem op de tafel ging zitten, zijn handjes vasthield en ‘Twinkle Twinkle Little Starr’ voor hem zong, zoals alleen een engel dat kan.

Het kwam erop neer, dat ik naar binnen moest gaan om de antwoorden op mijn vragen te vinden. Mijn twee grootste zorgen waren: ten eerste, dat ik niet kon voorspellen wat iemands reactie zou zijn en dus geen enkele belofte aan wie dan ook kon doen, en ten tweede, dat ik onvoorspelbare toppen en dalen zou hebben in de energieën die drie dagen tot drie weken konden duren.

Ik was altijd iemand gewesst die de touwtjes in handen hield en die alles kon bereiken waar hij zijn zinnen op had gezet. Waar andere mensen een afwachtende houding aannamen gaf ik er de voorkeur aan om de uitkomst van een situatie te beheersen, te manipuleren en te controleren. Wat anderen zagen als een enorme berg zag ik nauwelijks staan, en dus ging ik met volle kracht vooruit en kreeg ik alles gedaan. Mensen als ik hadden een enorme hekel aan de uitdrukking: “Als het de bedoeling is, dan zal het gebeuren.” Niks daarvan. Als ik wil dat iets gebeurt, dan zorg ik dat het gebeurt, en laat die slome fatalisten uit mijn buurt blijven. Dus je begrijpt hoe verbaasd ik was toen het tot me doordrong dat de healings pas echt goed van de grond kwamen als ik me er niet mee bemoeide, er geen richting aan probeerde te geven, een stap achteruit deed en de leiding overliet aan een hogere macht. Wie zegt dit, dacht ik. Dat kan ik niet zijn.

Maar zo was het wel. De energie wist niet alleen, waar hij naar toe moest gaan en wat hij moest doen zonder dat ik me ergens mee bemoeide, hij was zelfs het krachtigst als ik mijn aandacht er helemaal bij weg haalde. De healings waren vaak het spectaculairst als ik in gedachten mijn boodschappenlijstje aan het maken was. De brutaliteit!

Ontvangen, niet sturen.

Wie zei dat? Ik zocht in alle verborgen nissen van mijn hoofd, alsof ik daar iets zou kunnen vinden. Je geeft dat advies aan de verkeerde persoon. Mijn ego was nog aan het herstellen van: ”Ga opzij en laat een hogere macht de leiding overnemen.” Hoe krijg ik de healings bij deze mensen als ik ze niet mag sturen?

Ontvangen, niet sturen.

Ja, dat had ik al gehoord. Geef liever antwoord op mijn vraag, reageerde ik in gedachten.

Stilte.

(Stilte kan me soms enorm irriteren).

Ik ging naar mijn volgende patiënt. Ik hoopte dat ik haar geen slechte dienst zou bewijzen en ik was dankbaar dat ze de twijfel en onzekerheid in mijn hoofd niet kon zien. Ik begon met mijn handpalmen open bij haar voeten. Ik ontving vanuit de patiënt via mijn handen. Ik ontving vanuit de hemel via mijn kruin. Het was liefdevol, het maakte me nederig, en het was ook verwarrend. Ik voelde me ongemakkelijk. Toen zag ik dat de patiënt ging reageren. En het voelde goed.

Op dat moment kon ik echt het idee accepteren dat ik wel had aangevoeld maar nog niet helemaal had begrepen: Ik ben niet de healer, God is de healer. En om de een of andere reden, of ik nou een katalysator of een voertuig ben, een versterker of een verruimer, noem het zoals je wilt, ben ik uitgenodigd om erbij te zijn.

De sessie was klaar. De patiënt had dezelfde spectaculaire kleuren gezien en dezelfde prachtige klanken gehoord als de andere patiënten. Ze had de twee engelen gezien waar ik regelmatig beschrijvingen van had gekregen. Haar klachten: een combinatie van het chronisch vermoeidheidssyndroom, fibromyalgie en colitis (dikke-darmaandoening) waren na deze sessie verdwenen. Hoewel de klachten niet levensbedreigend waren, hadden ze haar leven de laatste acht jaar volledig beheerst. Ze stond op van de tafel en zei:”Dank je wel!”

Ik zei:”Je hoeft mij niet te bedanken. Ik heb het niet gedaan.” Ze snapte niet wat ik bedoelde en zei: ”Natuurlijk heb jij het gedaan. Het zou niet gebeurd zijn als jij je handen niet boven me had gehouden.”

En ik dacht, misschien heeft die persoon daar op die wolk toch niet zo’n grote vergissing gemaakt. Misschien werd ik wel uitgekozen voor deze gave omdat ik geen jurken en tulbanden draag, omdat ik geen tapijten ophang of wierook brandt, omdat ik niet blootsvoets rondloop en raar eten eet met stokjes. Misschien is het omdat ik toegankelijk ben en tamelijk eenvoudige woorden gebruik. Of misschien omdat ik grapjes maak bij het verklaren van dingen, die ik zelf net begin te begrijpen.

“Het is zoiets als,” zei ik tegen een meisje, dat het als toppunt van synchroniciteit zag, dat de straat waar mijn praktijk is en haar favoriete TVshow dezelfde naam hebben, Melrose Place: “het is zoiets als wanneer je een heerlijke chocomel hebt gedronken en je het rietje bedankt.”

Ze lachte.

Volgens mij hebben we het nu allebei begrepen.